Kasteel Bokhoven

Kastelen in de Meierij

In 1365 kocht de edelman Jan Oem van Arkel een flink stuk grond in Bokhoven, dat nu onderdeel is van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Hij liet er een kasteel bouwen, waarmee hij zijn grond goed kon verdedigen tegen vijanden. Maar een indrukwekkend kasteel was niet altijd veilig, ontdekten de bewoners na hem. Zeker niet toen de hertog van Gelre aanviel met kanonnen.

Machtige families 
Rond ’s-Hertogenbosch hadden in de late middeleeuwen enkele rijke families de macht in handen, bijvoorbeeld de families Van Meerwijk en Van Empel. Ze behoorden tot de adel en bezaten grote lappen grond in het midden en oosten van Brabant. Deze landstreek heette de Meierij. Ook boerderijen en veel huizen in dorpen vielen onder hun bezit. Door deze bezittingen te verpachten, verdienden ze veel geld. Het familiefortuin bleef groeien.   

Om hun macht te tonen, bouwden de families verschillende kastelen op het Brabantse platteland. Deze kastelen lagen vaak op hogere delen in het landschap, met daaromheen een muur met kantelen en een slotgracht. Zo konden ze zich verdedigen tegen vijanden die vaak gewapend waren met zwaarden, lansen of pijl en boog. De bewoners van de kastelen hadden tot de veertiende eeuw weinig contact met de stad 's-Hertogenbosch. 

Kasteel 
De rijke edelman Jan Oem van Arkel kreeg in 1365 grond in Bokhoven in handen. Hier liet hij een kasteel bouwen voor zijn gezin. De hoofdburcht was opgebouwd uit een woontoren met muren van anderhalve meter dik, een kleinere poorttoren, een zaal en een binnenplaats. Een bijzonder feitje is dat elk belangrijk vertrek een soort eigen toilet kreeg, ook wel privaat genoemd. Dit was een grote luxe in die tijd.  

Dankzij opgravingen weten we nu meer over de bouw van het kasteel en hoe het leven op het kasteel eruitzag. Vondsten als een tinnen kan, zilveren lepels en een vleesvork vertellen veel over de rijkdom van zijn bewoners. 

Ridder 
Het kasteel lag in een druk bevochten gebied op de grens van het graafschap Holland, het hertogdom Gelre en het hertogdom Brabant. Verschillende families vochten hun oorlogen vaak in de buurt van het kasteel Bokhoven uit. In de vijftiende eeuw kwam ridder Jan van der Aa in het kasteel wonen. In die periode werd het kasteel aangevallen door de machtige hertog van Gelre. Hij gebruikte daarbij een nieuwe uitvinding: kanonnen. Daar bleek het kasteel niet tegen bestand. De kanonnen beschadigden de hoofd- en voorburcht. 

Na die strijd werd het kasteel weer opgeknapt en uitgebreid. De eigenaar besefte dat zijn kasteelmuren hem nooit zouden kunnen beschermen tegen kanonskogels. Zijn kasteel moest voortaan vooral indrukwekkend zijn, in plaats van verdedigbaar. Zo dachten ook andere kasteelheren. Zo bouwde de Bosschenaar Hendrick Dicbier het onverdedigbare kasteel De Rodenborch in Rosmalen en was de Bossche Jan Heym eigenaar van het mooie maar weerloze kasteel Maurick in Vught. 

Overgebleven kastelen 
Veel middeleeuwse kastelen die ooit rond ’s-Hertogenbosch stonden zijn verdwenen. Slechts enkele staan nog overeind, zoals kasteel Maurick en kasteel Nieuw-Herlaar. Toch is de middeleeuwse geschiedenis van de verdwenen kastelen niet helemaal uitgewist. Archeologen vinden af en toe nog sporen terug van oude grachten en indrukwekkende kasteelmuren.   

In Engelen zijn sinds 2001 bovendien nieuwe ‘kastelen’ gebouwd. Dit zijn grote moderne bouwwerken waar meerdere mensen een huis of appartement hebben. Maar ze lijken wel nog op de oude kastelen die ooit het Brabantse landschap sierden.